Supplì bianco (risottoballetjes)

Een van de allerbeste dingen uit de Romeinse keuken zijn supplì. Nu houd ik niet van bitterballen, maar voor deze gefrituurde risottoballetjes sta ik te juigen op de tafel. Gelukkig kun je ze in elk zelfrespecterend Romeins restaurant bestellen, met name bij pizzeria. Dus zet de supplì nù op je Moet-Ik-Nog-Eens-Eten-lijstje. Of nog beter, maak ze zelf!

Suppli zijn typisch Romeins, maar op Sicilië kom je het neefje van de suppli tegen. Daar heten ze arancini en het grote verschil tussen de twee is de vulling. Beide zijn gemaakt met rijst, maar suppli zijn gevuld met mozzarella en tomatensaus. Arancini hebben een vleesvulling en zijn groter, soms zelf zo groot als een honkbal. Suppli zijn ongeveer zo groot als een mandarijn of hebben de vorm van een kroket.

Voor suppli gebruik je afgekoelde risottorijst en het is dan ook een ideaal restjes-recept. Heb je risotto gegeten en is er nog wat rijst over? Draai er dan de volgende dag een paar suppli van. Naast het feit dat je ontzettend goed bezig bent (no waste, more taste zeg ik maar) smaken ze bijzonder lekker voorafgaand aan je pasta all’arrabiata.

Je kunt de balletjes vullen met wat je wilt (maar de basis is altijd rijst natuurlijk). Denk aan stukjes courgette, rundvlees, kip, krab, … Ik hield het traditioneel en koos voor een vulling met mozzarella. Deze versie wordt ook wel suppli’ in bianco genoemd. Je eet de balletjes met je handen. Je breekt ze doormidden en de gesmolten mozzarella wordt een lang draad tussen de helften. Dit lijkt op een telefoonkoord (voor iedereen die na 1995 is geboren: dat is dus het koord tussen de telefoonhaak en de haak. En ik voel me nu even ontzettend bejaard). Anyway, daarom staat deze suppli ook wel bekend als de supplì al telefono!

Ingrediënten (voor ongeveer 8 balletjes)

  • 1 ui
  • 200 gram risottorijst, zoals Arborio
  • 500 ml groentebouillon
  • 75 ml droge witte wijn
  • 1 theelepel gedroogde oregano
  • 1 bol mozzarella
  • 50 gram parmezaanse kaas
  • 1 ei
  • 100 gram paneermeel
  • 100 ml zonnebloemolie
  • Olijfolie
  • Versgemalen zwarte peper en zeezout

Verder nodig: serveertang, huishoudfolie

Bereiding

Snipper de ui. Verhit 2 eetlepels olijfolie in een hapjespan en fruit de ui een paar minuten. Voeg de rijst toe aan de pan en roer dit door tot de korrels beginnen te glazen. Blus af met de wijn en blijf roeren. Wanneer de wijn verdampt is, giet je er een lepel bouillon bij. Blijf roeren tot het meeste verdampt is, voeg dan weer een lepel bouillon toe. Dit blijf je herhalen tot de risotto beetgaar is. Dat duurt ongeveer 15 minuten. Proef of de rijst zacht is, maar nog een bite heeft. Dan is ie goed.

Rasp de parmezaanse kaas en roer dit samen met de oregano door de risotto. Breng tot slot de risotto op smaak met zout en peper. Spreid de rijst uit in een ovenschaal, dek af met huishoudfolie en laat de rijst afkoelen in de koelkast.

Snijd de mozzarella in kleine blokjes. Haal de risottorijst uit de koelkast en draai er met natte handen ongeveer 8 balletjes van gelijke grootte van. Zet twee bakjes klaar: een met paneermeel en een met het losgeklopte ei. Haal de balletjes eerst door het ei en dan door het paneermeel. Je kunt het eventueel nog een keer herhalen voor een extra krokant korstje. Leg de balletjes op een bordje in de koelkast en laat ze ongeveer een half uur opstijven.

Verhit de zonnebloemolie in een hapjespan en bak hierin de risottoballetjes om en om in ongeveer 10 minuten goudbruin. Serveer ze gelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *